Stel je voor: na je studie word je junior docent, omdat je anderen graag iets bijbrengt. Je houdt van de dynamiek op een universiteit en voelt je helemaal thuis, totdat je na vier jaar een andere werkplek moet zoeken. Een promotieonderzoek is niet voor iedereen weggelegd, dus zit je aan het begin van je carrière met de handen in het haar. De overstap naar ander onderwijs is niet zo eenvoudig als het lijkt en een loopbaan als zelfstandige of in het bedrijfsleven lijkt ook een ver-van-je-bedshow.

Junior docenten krijgen een centrale rol

Op de Vrije Universiteit van Amsterdam kwam er in 2016 verandering in dit veelvoorkomende scenario. Junior docenten, op de universiteit ‘judo’s’ genoemd, vonden dat zij meer konden doen dan alleen werkgroepen begeleiden. Ook wilden ze zich ontwikkelen. Zo ontstond het idee voor een traject dat zou worden opgezet voor én met de junior docenten. Een projectteam werd opgetuigd en met subsidie uit het SoFoKleS-lab kon de pilot draaien. In de loop der jaren is er een duidelijke tweedeling gemaakt: in de eerste twee jaar ligt de focus op de ontwikkeling als docent, met het behalen van de BKO. In de laatste twee jaar ligt de focus in het traject op talentontwikkeling en carrièrekansen buiten de VU.

Het team dat de Broedplaats runt

 

Terugblik op de afgelopen jaren

Inmiddels zijn we bijna tien jaar verder. Hoe kijkt Maiza terug en welke invloed heeft de subsidie van SoFoKleS op het succes ervan? ‘Omdat we de energie van junior docenten zo koesteren, hebben we ze vanaf het begin betrokken bij dit programma en mede daarom is het zo’n succes geworden. Vooral het idee dat de judo’s het niet alleen hoeven te doen, zorgt voor enorme synergie. De financiële stimulans van SoFoKleS was daarbij erg belangrijk, omdat je daarmee net meer slagkracht hebt. Door continu te verbeteren en te evalueren, sluit het programma altijd aan op de behoeften van de judo’s.’

‘Omdat we de energie van junior docenten zo koesteren, hebben we ze vanaf het begin betrokken bij dit programma en mede daarom is het zo’n succes geworden.’

Wat maakt de Broedplaats als project succesvol?

Je moet helder hebben wat je doel is, daar ambassadeurs voor vinden, je doelgroep nauw betrekken bij je plannen en natuurlijk financiering regelen. In het geval van de VU Amsterdam was heel de faculteit en inmiddels heel de universiteit enthousiast. Dit laat zien dat een goede samenwerking essentieel is voor een duurzame oplossing. Die duurzaamheid zit hem onder andere in het opbouwen van een gemeenschap binnen de universiteit.

‘Wat echt heel belangrijk is gebleken: de fysieke ontmoetingsplek die we de Broedplaats noemen. Dat had ik van tevoren niet zo verwacht. Bij de Broedplaats kunnen de judo’s elke donderdag binnenlopen voor een gesprek, een vraag of gewoon een kopje koffie. Hier ontstaat de verbinding die we eerder niet hadden. Bijvoorbeeld door samen activiteiten te organiseren of te leren van de ervaringen van voormalig junior docenten. Ook kunnen judo’s nieuwe workshops en masterclasses volgen waardoor ze nieuwe talenten ontdekken. Dit alles draagt bij aan een plek waar 1+1 niet 2, maar 5 is!’

Geleerde lessen

Natuurlijk kenden Maiza en het ‘Broedplaats MT’ ook uitdagingen. Zo moest het onderdeel individuele loopbaancoaching afvallen, omdat dat simpelweg te duur was voor alle deelnemers. Daar vonden ze dan weer een oplossing voor, zoals een workshop in groepsverband of alumni die hun ervaringen in verschillende loopbaanpaden delen.

Ook is de documentatie en promotie van alle activiteiten soms een uitdaging, al ligt er nu een plan om de stappen en ervaringen op te schrijven, zodat ook andere universiteiten ervan kunnen profiteren. Maiza: ‘Andere universiteiten die vragen hebben over onze aanpak, mogen me altijd benaderen!’
Over het algemeen is Maiza erg trots op wat ze hebben bereikt met het team en de judo’s. Ook haar eigen loopbaan kreeg een verrassende twist door dit project. Als onderwijsspecialist krijgt ze iedere dag veel energie van het werken met de junior docenten. Ze betwijfelt of ze zonder de Broedplaats nog steeds op de VU had gewerkt.

De tips van Maiza op een rij

  1. Dien die aanvraag in en begin gewoon, zelfs met een kleinschalige pilot.
  2. Betrek belanghebbenden op alle niveaus er vanaf het begin bij (de doelgroep van je project, HR, het management).
  3. Focus op hoe je de duurzaamheid van je project kan borgen.
  4. Laat zien waar je mee bezig bent, zowel intern als extern.
  5. Sta open voor feedback en aanpassingen van je oorspronkelijke plan.

Zelf een goed idee voor uw universiteit of voor de sector? Vraag financiële ondersteuning aan bij SoFoKleS-lab voor een project!