Stel je voor: na je studie word je junior docent, omdat je anderen graag iets bijbrengt. Je houdt van de dynamiek op een universiteit en voelt je helemaal thuis, totdat je na vier jaar een andere werkplek moet zoeken. Een promotieonderzoek is niet voor iedereen weggelegd, dus zit je aan het begin van je carrière met de handen in het haar. De overstap naar ander onderwijs is niet zo eenvoudig als het lijkt en een loopbaan als zelfstandige of in het bedrijfsleven lijkt ook een ver-van-je-bedshow.
Junior docenten krijgen een centrale rol
Op de Vrije Universiteit van Amsterdam kwam er in 2016 verandering in dit veelvoorkomende scenario. Junior docenten, op de universiteit ‘judo’s’ genoemd, vonden dat zij meer konden doen dan alleen werkgroepen begeleiden. Ook wilden ze zich ontwikkelen. Zo ontstond het idee voor een traject dat zou worden opgezet voor én met de junior docenten. Een projectteam werd opgetuigd en met subsidie uit het SoFoKleS-lab kon de pilot draaien. In de loop der jaren is er een duidelijke tweedeling gemaakt: in de eerste twee jaar ligt de focus op de ontwikkeling als docent, met het behalen van de BKO. In de laatste twee jaar ligt de focus in het traject op talentontwikkeling en carrièrekansen buiten de VU.

